Transmissie
Unimog U 219 – U 530

Transmissie

Toptechniek – groot vermogen inclusief.

In de Unimog brengt de geheel gesynchroniseerde elektropneumatische versnellingsbak met acht vooruit- en zes achteruitversnellingen het motorvermogen over in de aandrijving. Bijzondere kenmerken zijn de loopcultuur van de motor, een lange levensduur en een groot rendement. De gesynchroniseerde omkeergroep Electronic Quick Reverse vergemakkelijkt het snel veranderen van rijrichting, bijvoorbeeld bij het ruimen of manoeuvreren – optioneel met een vooruit-achteruit-omkeerschakelaar, die in de multifunctionele joystick is geïntegreerd.

Twee rijprogramma's vereenvoudigen het werk van de bestuurder: In de automatische stand "A" neemt het rijprogramma – afhankelijk van de belasting, de stand van het gaspedaal, de werking van de motor, helling/afdaling en motorrem – het schakelen en koppelen helemaal over. Mocht het nodig zijn dan kan de bestuurder handmatig met de multifunctionele hendel een schakelmanoeuvre in werking stellen.

Het rijprogramma "M" geeft de bestuurder de volledige controle (handmatig). Hier wordt eveneens met de multifunctionele hendel geschakeld . De bestuurder bepaalt de versnelling en het koppelen gebeurt automatisch.

Content gearbox 01
Content gearbox 02 en GB

De Unimog werktuigdrager is een werkpaard. Daarvoor staat ook de geheel gesynchroniseerde versnellingsbak met acht vooruit- en zes of optioneel acht achteruitversnellingen. De fijne trapsgewijze overgang in de onderste versnellingen vergemakkelijkt de individuele aanpassing van de snelheid tijdens het werk. Snel keren en losrijden zijn dankzij gesynchroniseerde omkeergroep (EQR) geen probleem: Tussen voor- en achteruitversnelling kan direct omgeschakeld worden. De lage rangschikking en separate bouwwijze staan voor een laag zwaartepunt van het voertuig en een geringe overdracht van motortrillingen.

Er staan gelijk drie mogelijkheden bij de transmissie-PTO ter beschikking. Voor het gebruik van bijvoorbeeld universele hydrauliekpompen de snelle transmissie-PTO met 4-gats-flens. Uitgaand toerental en draairichting zijn daarbij identiek met motortoerental resp. -draairichting. Voor de bediening van de aanbouwapparatuur buiten het voertuig staat een afstandsbediening ter beschikking. De programmering van het maximumtoerental voorkomt het overschrijden van het toegestane maximumtoerental.

Net zo sterk is de transmissie-PTO met 6-gats-flens. Voor toepassingen met zeer grote vermogensvraag zoals bijvoorbeeld brandweerpompen is de derde variant – eveneens met genormaliseerde 6-gats-flens – een optimale oplossing. Bij een nominaal motortoerental van 2.200 omw/min wordt een uitgaand toerental van maximaal 3.606 omw/min bereikt. Ook hier is een afstandsbediening buiten het voertuig mogelijk.