Erfgoed
Herinneringen aan het vouwdak.
Zomer, zon, cabrio. Wat een plezier: met een Unimog rijden – met het vouwdak naar beneden. De reden dat dat vouwdak al op de allereerste Unimog (U25, BR 70200) af fabriek werd gemonteerd, had echter niets met rijplezier te maken. Het ging louter om pragmatische redenen: een lage laadhoogte bij spoor- en luchttransport. Bovendien was deze cabine in de naoorlogse periode eenvoudig en goedkoop te vervaardigen. Voor een gesloten geheelstalen uitvoering zouden dure vormdelen nodig zijn geweest die de productiekosten van de Unimog aanzienlijk zouden hebben opgedreven.
Simpelweg pragmatisch
Toen de Unimog nog zonder dak was.
De cabine van de destijds nieuwe Unimog was in wezen een noviteit ten opzichte van gewone tractoren: ze bood een zeer goede bescherming tegen weersinvloeden, had beklede stoelen en een voorruit met ruitenwisser. Niet te vergeten de volwaardige bijrijdersstoel. Voor het destijds beoogde hoofdzakelijke gebruik van de Unimog in de landbouw en bosbouw bood de cabine over het geheel genomen zeer goede zichtverhoudingen en maakte, door de optionele neerklapbare voorruit, een zeer geringe voertuighoogte mogelijk.
Vanaf 1953 bestond er als alternatief voor de open cabine ook een gesloten volledig stalen variant (type "B") voor de baureeksen 401 en 402. Klanten uit de gemeentelijke dienstverlening, de brandweer en de industrie gaven overwegend de voorkeur aan deze variant. De open versies gingen voornamelijk naar de landbouw- en bosbouwsector en naar niet-civiele toepassingen. In de bouwsector werden beide varianten bijna even vaak ingezet.
Ook boden de daaropvolgende baureeksen 404 (vanaf 1955), 411 (vanaf 1956), 406 (vanaf 1963), 416 (vanaf 1965), 403 (vanaf 1966), 421 (vanaf 1966) en 413 (vanaf 1969) de keuze tussen een volledig stalen cabine en een open cabine met vouwdak respectievelijk hardtop. De licentieversies 431 (vanaf 1969) en 426 (vanaf 1968) uit Argentijnse productie boden dezelfde keuzemogelijkheden. Ook de leverbare dubbele cabines voor enkele baureeksen waren in beide varianten verkrijgbaar – bijvoorbeeld voor de baureeks 404.
Iedereen wil een cabriolet.
De open cabine van de serie 406/416 diende bovendien ook als basisversie voor speciale cabines. Voorbeelden zijn de Mulag panoramacabine met vergrote zichtvlakken en cabines voor sneeuwfrezen met opbouwmotor, zoals die van Schmidt/St. Blasien. Met de introductie van de series 424, 425 en 435 vanaf het midden van de jaren zeventig vervielen de varianten met open cabine uit het normale leveringsprogramma. Er waren echter van deze en de daaropvolgende Unimog-series tot op heden steeds opnieuw ook open versies voor bepaalde klantengroepen.
De blikvangers zijn hier de zeer individuele voorbeelden uit de wereld van recreatievoertuigen en de autosport. Truck-Trial Unimog, campers en expeditievoertuigen op de Unimog worden ook vandaag de dag nog door knutselaars als "cabrio" omgebouwd. Het rijplezier speelt daar natuurlijk al lang een rol.
Dat zou je ook kunnen interesseren:
Sleutelen. Geloven. En bewegen.
Samengelast
Vers op tafel