Erfgoed
Unimog als Melkexpress in de landbouw.
Het personeelsgebrek in de landbouw na de Tweede Wereldoorlog heeft de industrie tot vindingrijkheid gedwongen en tal van innovaties voortgebracht. Een gezamenlijk product van Eduard Ahlborn AG, melkmachinefabriek, en van Eduard Ahlborn AG, afdeling landbouwmachines, was de Ahlborn Melkexpress, die in 1956 op de DLG in Hannover werd gepresenteerd. Het betrof een Unimog U 25 uit de serie 402 met 25 pk, een gesloten bestuurderscabine en een wielbasis van 2.120 mm.
De Unimog Melkexpress als waardevolle hulp in de landbouw
Gemeenschappelijk en precies
Dit voertuig trok de aandacht, want het zou staan voor een nieuwe methode van melken. Met dit voertuig zou de melk rechtstreeks van de wei of de stal naar de zuivelfabriek worden gebracht. Daardoor zou de boer worden ontlast van het melken, terwijl het voederen en de verzorging van het vee nog steeds in handen van de boer zouden blijven. Het voertuig was bedoeld voor gebruik in agrarische melkgemeenschappen of bij zuivelfabrieken. De capaciteit werd opgegeven op 100 tot 120 koeien per melkbeurt.
De beschrijving van de uitvinding leest logisch: de wagen, bemand met een melker en een hulpmelker, rijdt voor de stal of het melkstand op de wei. De vacuümpomp wordt aangesloten en het melken begint op normale wijze met de melkinstallatie. De hulpmelker leegt de melkemmers in de invoerbak. De hoeveelheid melk wordt gemeten en in de diepkoeltank gepompt. Via een monsterkraan kan een kleine hoeveelheid worden afgetapt om het gemiddelde vetgehalte te bepalen. Na beëindiging van het melken ontvangt de producent een kwitantie over de geleverde melkhoeveelheid; daarnaast worden de spenenbekers en de overige uitrusting gedesinfecteerd. Voor de opvang van de melk dient een geïsoleerde, met een roerwerk uitgeruste 1.000-l-koeltank. De koeling van de melk gebeurt met een koelcompressor tot circa zeven à acht graden.
Unimog neemt de melklogistiek over.
Als chassis diende korte tijd later een Unimog U 30 van de bouwreeks 411, eveneens met een wielbasis van 2.120 mm en de gesloten cabine van het type B. Afhankelijk van de wensen van de klant waren verschillende uitrustingen mogelijk, zoals de plaats en de grootte van de magermelktanks.
Tegenwoordig is niet meer na te gaan hoeveel voertuigen van de Unimog Melkexpress gebouwd zijn. Er wordt gesproken van zes tot tien, waarvan twee tot drie in de DDR werden geleverd. Tot op heden is het bedrijf Ahlborn een van de 17 algemene vertegenwoordigingen van Unimog in Duitsland.
Dat zou je ook kunnen interesseren:
Sleutelen. Geloven. En bewegen.
Samengelast
Vers op tafel